Donker sfeerbeeld met een roos
Alle artikelen

Van rouwfoto tot uitvaartpresentatie: hoe beeld het afscheid veranderde

Van rouwfoto tot uitvaartpresentatie: hoe beeld het afscheid veranderde

Onlangs zat ik bij een familie aan de keukentafel. Drie schoenendozen vol foto's, een half leeggegeten schaal cake, en een discussie die ik vaker meemaak: mag die ene foto erin, waarop vader in een veel te krappe zwembroek van de duikplank springt? De dochter vond van niet. De zoon vond van wel, "want zo wás hij". De foto kwam erin. Tijdens de dienst werd er hardop om gelachen, midden in het verdriet.

Ik maak uitvaartpresentaties, voor families en voor uitvaartverzorgers. En hoe vanzelfsprekend zo'n presentatie inmiddels ook voelt, het gebruik is verrassend jong. De behoefte erachter niet. Mensen zoeken al eeuwen naar manieren om een overledene zichtbaar te houden tijdens het afscheid. Dit gaat over de geschiedenis: van dorpsrituelen en de allereerste rouwfoto's tot de schermen in de aula van nu.

Toen elk dorp zijn eigen afscheid had

Begrafenisrituelen waren vroeger in Nederland enorm divers. Wat in het ene dorp hoorde, was in het volgende dorp onbekend. Op het platteland gold de buurplicht, in het oosten van het land naoberplicht genoemd: buren zegden het overlijden aan, waakten bij de overledene en droegen de kist naar het kerkhof. In steden deed de aanspreker of lijkbidder dat werk. In het zwart gekleed, met steek en lange rouwbanden, ging hij van deur tot deur om het overlijden bekend te maken en genodigden voor de begrafenis te "bidden". Dit beroep bestond vanaf de middeleeuwen tot ongeveer de Tweede Wereldoorlog en is de directe voorloper van de uitvaartondernemer.

Na de begrafenis volgde in veel streken een groevemaal, een uitgebreide maaltijd waarbij speciaal gebrouwen doodbier werd geschonken. Dat liep soms zo uit de hand dat de overheid ingreep: in Drenthe werd in de zeventiende eeuw bepaald dat er nog maar één vat bier per begrafenis geschonken mocht worden. In de tweede helft van de negentiende eeuw maakte de warme maaltijd plaats voor een eenvoudige boterham met koffie. Die koffietafel kennen we nog steeds.

Herdenken zonder beeld

Al die rituelen draaiden om herdenken. Maar dat herdenken moest het lange tijd vrijwel volledig zonder beeld doen. Een geschilderd portret was alleen weggelegd voor de elite. Voor gewone mensen bleef er na een overlijden letterlijk geen gezicht achter, alleen de herinnering in de hoofden van wie achterbleef.

De foto doet zijn intrede

In 1839 presenteerde de Fransman Louis Daguerre de daguerreotypie, een van de eerste fotografische technieken. Voor het eerst kwam een afbeelding van een dierbare binnen bereik van een grote groep mensen. Dat leidde tot een gebruik dat ons nu vreemd voorkomt, maar destijds heel gewoon was: post-mortemfotografie, het fotograferen van iemand die net was overleden.

De reden was praktisch en aangrijpend tegelijk. De kindersterfte was in de negentiende eeuw hoog en veel mensen waren nooit eerder gefotografeerd. Een post-mortemfoto was vaak het enige portret dat er ooit van iemand gemaakt werd. De overledene werd zo levensecht mogelijk in beeld gebracht, soms zittend in een stoel, soms zelfs met de kist rechtop gezet voor een betere belichting. Deze foto's worden ook wel "schone slapers" genoemd. Afdrukken werden verstuurd naar familie die te ver weg woonde om de begrafenis bij te wonen, een soort rouwkaart met beeld.

Begin twintigste eeuw werden camera's betaalbaar en had bijna iedereen bij leven al portretten. De post-mortemfoto verdween en de rouwfoto bij leven kwam ervoor in de plaats. Een ingelijst portret op of naast de kist, een portretje op het bidprentje, waar vroeger een heiligenafbeelding stond. Families gingen zuinig om met die ene goede foto. Ik heb weleens een bidprentje uit de jaren dertig in handen gehad waarop het portret zichtbaar was bijgeknipt uit een groepsfoto: een schouder van iemand anders stond er nog half op. Meer was er niet.

Schermen in de aula

Met de opkomst van crematoria en uitvaartcentra in de tweede helft van de twintigste eeuw veranderde de plek van het afscheid. De aula werd, naast de kerk, de centrale ruimte voor de plechtigheid. Aula's werden gaandeweg beter uitgerust: eerst met geluidsinstallaties voor muziek en gesproken woord, later met projectoren en beeldschermen.

Dat scherm werd aanvankelijk gebruikt voor wat er al was: de rouwfoto. In plaats van alleen een ingelijst portret bij de kist verscheen het gezicht van de overledene nu groot in beeld, zichtbaar tot op de achterste rij.

De eerste uitvaartpresentaties: handmatig klikken

Als één foto kan, waarom dan niet meer? Nabestaanden begonnen series foto's aan te leveren, het leven van de overledene in beelden. Technisch stelde het weinig voor: een mapje losse afbeeldingen op een computer, waarbij een medewerker van het crematorium of een familielid tijdens de dienst handmatig van de ene foto naar de andere klikte.

Een uitvaartverzorger met wie ik veel samenwerk kan daar smakelijk over vertellen. In haar begintijd werkte ze met afgesproken seintjes: een knikje van de spreker betekende "volgende foto". Ging het mis, dan stond opa drie minuten lang op zijn kop boven een verhaal over de moestuin. Het was behelpen, maar de kracht van het idee was meteen duidelijk. Een reeks foto's vertelt een levensverhaal op een manier die woorden alleen niet kunnen.

PDF en PowerPoint nemen het over

Daarna werden de losse plaatjes gebundeld. De PDF maakte een opmars als aanleverformaat, omdat een PDF er op elk apparaat hetzelfde uitziet en pagina voor pagina doorgebladerd kan worden. Steeds meer uitvaartlocaties maakten het mogelijk om een PowerPoint aan te sluiten op hun schermen, of vroegen families zelfs expliciet om hun foto's als presentatie aan te leveren.

Daarmee kwam de regie bij de nabestaanden te liggen. U bepaalde zelf de volgorde, kon een naam of jaartal toevoegen en dia's automatisch laten doorlopen op muziek. Veel crematoria publiceren tot op de dag van vandaag instructies op hun website over hoe u zo'n presentatie het beste kunt aanleveren. Tegelijk bleef er een drempel. Niet iedereen is thuis in PowerPoint, en zeker niet in de dagen tussen een overlijden en een uitvaart. Ik zie het regelmatig: een schoonzoon die om middernacht nog dia's zit te schuiven omdat hij "de enige is die dat programma snapt", terwijl hij eigenlijk gewoon bij de familie aan tafel wil zitten.

De uitvaartpresentatie van nu

Vandaag kan er veel. Complete PowerPoint presentaties met overgangen en muziek, gemonteerde video's waarin foto's, filmpjes en favoriete nummers samenkomen, en een livestream zodat familie aan de andere kant van de wereld het afscheid kan meebeleven. De aula van een modern crematorium doet qua techniek nauwelijks onder voor een kleine bioscoop.

Tegelijk merk ik in mijn werk dat families vooral behoefte hebben aan eenvoud. Met een online tool zoals uitvaartpresentatie-maken.nl zet u in korte tijd een verzorgde uitvaartpresentatie in elkaar, zonder dat u PowerPoint hoeft te beheersen of een videobewerker hoeft in te huren. U kiest de foto's, de volgorde en de muziek, en de vormgeving is meteen geschikt voor de schermen in de aula. De schoenendozen op de keukentafel, die blijven. Dat is maar goed ook, want daar wordt gelachen, gehuild en herinnerd. De techniek daarna hoeft geen zorg meer te zijn.

Veelgestelde vragen

Sinds wanneer worden er foto's gebruikt bij uitvaarten?

Vrijwel meteen na de uitvinding van de fotografie in 1839. In de negentiende eeuw was het zelfs gebruikelijk om de overledene zelf te fotograferen, omdat er vaak geen enkel ander portret bestond. Pas in de twintigste eeuw werd de foto bij leven de standaard.

Wat is een bidprentje?

Een klein gedachtenisprentje dat bij katholieke uitvaarten wordt uitgedeeld. Oorspronkelijk stond er een heiligenafbeelding op, later steeds vaker een portret van de overledene met naam, data en een korte tekst. Veel families bewaren bidprentjes generaties lang, waardoor ze ook voor stamboomonderzoekers een geliefde bron zijn.

Wat deed een aanspreker?

De aanspreker of lijkbidder was van de middeleeuwen tot ongeveer de Tweede Wereldoorlog degene die een overlijden huis aan huis bekendmaakte en mensen uitnodigde voor de begrafenis. Op het Zeeuwse Schouwen liep vroeger zelfs een zogenoemde huilebalk mee in de stoet: een man die met een zakdoek tegen de ogen gedrukt hoorbaar snikte, vergelijkbaar met de klaagvrouwen die in Zuid-Europa bekend waren.

Klopt het dat er vroeger bier werd geschonken bij begrafenissen?

Ja. In verschillende streken werd speciaal doodbier of groevebier gebrouwen voor de begrafenismaaltijd. Omdat die maaltijden nogal eens uitliepen op feestgelag, werd het gebruik in de zeventiende eeuw aan banden gelegd. Rond 1860 tot 1880 verdween de warme begrafenismaaltijd in de meeste dorpen en kwam de koffietafel ervoor in de plaats. Tegenwoordig is het heel normaal om bier te schenken tijdens uitvaarten.

Hoe lang mag een uitvaartpresentatie duren?

Daar bestaat geen vaste regel voor, maar houd rekening met de duur van de plechtigheid. In veel aula's is voor de hele dienst een vast tijdsblok gereserveerd. Een presentatie van 20 á 30 minuten, ongeveer de lengte van drie tot 4 muzieknummers, is gebruikelijk. Kies liever 60 sterke foto's dan driehonderd, dan houdt elke foto de aandacht die hij verdient.

Kan ik een uitvaartpresentatie later nog eens terugkijken?

Zeker. Veel families laten de presentatie na de uitvaart nog eens zien tijdens de koffietafel of delen hem met familie in het buitenland. Ook wordt de presentatie regelmatig bewaard als blijvende herinnering, soms samen met een opname van de hele dienst.

Zelf een uitvaartpresentatie maken?

Bouw het draaiboek op uit blokken en download een kant-en-klare PowerPoint met de juiste timing en muziek. Opbouwen en een proefversie zijn gratis.

Gratis proberen